Een boomgaard vol verhalen, verse oogst én zorgen over de toekomst

Gerton en Anton Zekveld achter de balie van hun winkel.
Aan de rand van de voormalige Huigsloterpolder, tegen de Ringvaart aan, ligt verscholen tussen windsingels en oude fruitbomen de Appelenburg, het domein van de familie Zekveld. Hier boert zoon Gerton – en daarvoor vader Anton – met een mengeling van fruit, groenten en bloemen. Én met oog voor biodiversiteit. Maar de Appelenburg vertelt niet alleen over landbouw. Het vertelt ook over verandering. Over hoe generaties zich hebben aangepast aan het landschap en aan de politiek daarbuiten. En over hoe verbondenheid met de omgeving vroeger vanzelfsprekend was, maar nu steeds schaarser lijkt.
We spreken elkaar in het winkeltje van Anton achter zijn woonhuis aan de Huigsloterdijk. De oude boomgaard waarvan dus nu Gerton de akkers bewerkt, ligt daar weer achter, naast de statige Hoeve Alkemade. De vader van Anton heeft die boerderij ooit laten bouwen en hij pachtte de gronden eromheen. Samen vormen ze een plek vol herinneringen, werkplezier en toekomstdromen – ondanks de obstakels die de moderne tijd met zich meebrengt.
Oogsten van ontmoetingen
Wie in de jaren zestig de dijk afreed, kon zomaar langs de boomgaard van de Zekvelds komen voor een praatje, wat appels of gewoon om even te kijken. “Mensen parkeerden hun auto langs de weg, stoeltjes eruit, even een rondje lopen, misschien wat fruit meenemen”, vertelt Anton. De recreanten keken geboeid naar het boerenland. Het erf was een plek waar mensen samenkwamen – niet alleen bewoners, ook collega-boeren, arbeiders en passanten.
“Stoeltjes uit de auto, praatje bij de boer”
Dat contact met de omgeving – en de vanzelfsprekendheid ervan – is Anton dierbaar. “Er kwamen hier vroeger zoveel mensen langs die ook iets vertelden. Maar tegenwoordig is het moeilijker geworden om die verhalen door te geven en om samen nieuwe verhalen te maken. Alleen al door veranderingen in de ontsluiting in het gebied is het praktisch lastiger geworden om hier langs te komen.”
Gerton vult aan. “Vroeger kwam je in gesprek met iedereen. Nu gaat alles sneller. Mensen hebben geen tijd. Maar ik denk dat de behoefte aan contact niet weg is.” En al is het dan minder dan vroeger, nog steeds komen mensen langs voor een verhaal. Die kun je in overvloed krijgen van Anton, maar ook de winkel zelf hangt er letterlijk vol mee. Allerlei objecten en foto’s vormen een mini-museum van Haarlemmermeerse en agrarische geschiedenis.

Een reclamebord uit de jaren zestig is onderdeel van de collectie.
Van Schiphol naar Huigsloterpolder
De wortels van de familie zelf gaan terug tot onder de landingsbanen van Schiphol. Ooit dachten de boeren nog dat ‘dat Schiphol niks zou worden’. Maar naarmate de luchthaven groeide, moesten zij daar verdwijnen. De vader van Anton kon toen land pachten in de Huigsloterpolder en bouwde daar zo’n honderd jaar geleden een nieuw bedrijf op.
De bovenste laag veengrond was slecht en werd afgegraven. Het ging richting het Amsterdamse Bos dat toen werd aangelegd. 35 Kilometer aan drainagepijp ging de grond in. Paarden trokken de ploeg. Spinaziezaad, karwij en erwten werden verbouwd. “Er kwam zelfs een vliegtuigje overheen om DDT te spuiten,” herinnert Anton zich. Later kwamen de appels en peren. Net als bij veel andere boerderijen in de regio was het aanplanten van dat soort bomen heel gebruikelijk. Inmiddels is in Haarlemmermeer alleen de Olmenhorst nog over als echte boomgaard, samen met een stukje van de Appelenburg.
Anton vertelt ook nog over hoe Govert de Clercq van de Olmenhorst hem ooit het advies gaf een verzekeringsclaim in te dienen om een hagelschade te vergoeden. Dat leverde een voordelig resultaat op waar een trekker van werd gekocht. Een voorbeeld van de onderlinge verbondenheid tussen boerenpioniers in de polder.
Biologische bloemen genoeg, maar handen tekort
Sinds Gerton de scepter zwaait, is de Appelenburg opnieuw veranderd. Nu bestaat het bedrijf nog maar voor een deel uit fruitteelt (waar vooral Anton zich nog tegenaan bemoeit). Veel fruitbomen zijn gerooid en ingeruild voor bloementeelt plus een beetje groente en aardappels.
De bloemen worden geteeld op biologische basis. Bovendien wordt een stuk van het land ingezet voor het vergroten van biodiversiteit als onderdeel van het zogeheten Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer. Verschillende stroken met bloemen- en kruidenmengsels trekken torenvalken en allerlei insecten aan. De mix van de verschillende gewassen, de struiken en hoge en lage bomen maken er een bijzondere plek van.
Als antwoord op het verzoek om nog wat meer te vertellen over de gedachten achter het stimuleren van biodiversiteit, komt Anton met een gedicht op de proppen van Aart van der Marel, die zo’n honderd jaar geleden een paar kilometer verderop boerde op De Maerle, waar zijn nazaten van de familie Enthoven nog steeds wonen. Daarin beschrijft het het dilemma tussen het beheren van gewassen enerzijds en de waarde van bloemen tussen de velden anderzijds. De juiste mix kiezen, is van alle tijden. (NB. het gedicht vind je onderaan dit artikel.)

Het bloemenblok is bijna uitgebloeid maar zit nog vol voedsel.
Het is mooi maar alles bij elkaar ook intensief werk. “Negen hectare is op zich best te behappen, maar je hebt wel handen nodig. En die zijn er steeds minder.” Gerton wijst op de gespannen arbeidsmarkt, maar ook op het verlies aan verbinding tussen jongeren in de omgeving en landbouw. Dus steken ze er allebei nog veel tijd in.
Meer aandacht voor de streek
De oogst aan fruit en groente wordt verkocht in de eigen winkel. Dat is altijd al zo geweest. De bloemen worden via de veiling verkocht. Maar waar vroeger de veiling begon met de Hollandse producten en dan pas ruimte gaf aan het buitenland, lijkt dat nu omgedraaid. “Je moet kunnen telen, maar ook verkopen,” zegt Gerton. “En op de veiling redden streekproducten het te vaak niet meer.”
“De veiling keert zich tegen de streek”
Er is een verschuiving voelbaar vinden ze, ook in hoe beleidsmakers zich opstellen tegenover agrarisch erfgoed. “De gemeente sloopt het letterlijk” klinkt het hard. De wens? Meer erkenning voor de rol van het boerenerf als cultureel en landschappelijk anker. Niet alleen als producent van voedsel, maar als onderdeel van het verhaal van Haarlemmermeer.
Een tijdje geleden opperde Anton aan zijn zoon om tussen de bomen een camping te beginnen. Het terrein leent zich er goed voor, je zit zo op de Kagerplassen. Maar Gerton ziet zichzelf toch meer als boer dan campingbaas.

De oogst aan stoofperen gaat naar de winkel.
Tijd voor een maatschappelijke dienstplicht?
Een opvallend idee uit het gesprek blijft hangen. “Waarom is er eigenlijk geen variant op de dienstplicht, waarbij jongeren kunnen kiezen: naar het leger of naar de boer?” De familie herinnert zich de tijd dat er nog volop werd samengewerkt met DUW (nu UWV): arbeiders hielpen boeren en boeren ondersteunden sociale doelen. Nu is dat allemaal losgeslagen, vinden ze.
Gerton en Anton missen die sociale structuur soms. Ze willen geen museum van vroeger worden – integendeel. Maar het erf, de bloemen, de oude bomen, de verhalen: ze vragen om een nieuwe toekomst. Eentje waarin boeren en burgers elkaar opnieuw vinden. Om samen verhalen te maken.
De Appelenburg is in totaal 10 hectare groot en ligt aan de Doctor Heijelaan, de weg van Abbenes naar de Huigsloterdijk. De winkel is geopend op donderdag en zaterdag, maar de kans bestaat dat je ook op andere dagen Anton en/of Gerton daar aantreft. Ze staan altijd open voor een praatje.
Hoeve Alkemade en de gronden daaromheen zijn tegenwoordig in handen van de familie Enthoven. De boerderij van de familie Enthoven heet De Maerle en dit komt van een van hun voorouders Aart van de Marel. Behalve boer was hij onder andere ook dichter. Zijn gedichten verschenen in de Meerbode en zijn ook gebundeld. Het gedicht hieronder staat in een bundel die in 1928 is uitgegeven.
Veld en korenbloemen
Als ‘t golvend weelderig veldgewas
alom onze ogen boeit
Als tussen ’t wiegend wuivend graan
het korenbloempje bloeit
De klaproos felrood ‘t land versiert
vlak naast de veldmargriet
Als tarwe en als haver
in de aar of blezen schiet
Dan zien wij schitterend aan de kant
bij bonen bloesemgeur
De eerstgenoemde bloemen staan
in nationale kleur
Het rood, wit en blauw van die wilde bloemen
die bloeien naast het veldgewas
Is vaak veel schoner dan de bloemen
gekweekt in glas of kas
Die wilde bloemen fel van kleur
bij een mooie zomerdag
Die vormen samen de kleuren
van de nationale vlag
Zij doen ons Hollands landschap goed
en kleuren wondermooi
en zij geven ‘t Hollands veldgewas
een nationale tooi
En als het frissche buitenkind
die bloemen plukt vol pret
Dan vormt zij met die bloemen saam
het mooiste veldboeket
De landman die reeds jaar op jaar
steeds tegen het onkruid strijd
Wiedt jaarlijks deze bloemen weg
in het akkerland verspreid
Toch wordt zijn oog een oogenblik
door dit schoon tafereel geboeid
En ziet hij welk een kleurenschat
er op zijn velden groeit
Als hij dwaalt naar het mooi erwtenveld
dat hij daar ziet in de verte
Dat groene veld al overdekt
met kleine witte sterren
Dan wordt in het mooie akkerland
bij warme zomergloren
De liefde voor de boerenstand,
voor het boerenvak geboren
En bij zijn akkers wel doorwied
zijn koren wijd en zijd
Wil hij, al weet hij het zelf haast niet,
zijn veldbloemen niet kwijt
