Een melkveebedrijf dat zich ook inzet voor natuurbeheer.
Jelle Vink
Over kringlopen en samenredzaam zijn.

Jelle Vink bij zijn koeien.
We zijn te gast bij boerderij Blauhek aan de Kerkweg in Spaarndam. Jelle Vink runt daar samen met zijn familie niet alleen een melkveebedrijf met 130 koeien en zo’n 70 jongvee, maar ook meerdere natuurbeheerprojecten en in de zomer een camping met 25 staplaatsen. Alsof dat nog niet druk genoeg is, heeft Jelle ook nog het stokje van LTO-voorzitter Haarlemmermeer overgenomen van Peter Könst. Genoeg te bespreken dus.
Zorg voor de natuur
Boerdeij Blauhek is een monumentale boerderij met 75 hectare veenweide en ligt midden in NNN (Natuur Netwerk Nederland). Dat betekent dat de familie Vink en de collega boeren rondom, de natuur in dat gebied mede moeten beschermen en beheren. Dat merk je onder andere aan de vele natuurbeheer projecten. Zo vertelt Jelle over hun plas-dras gebied voor weidevogels. Met een pomp kan Jelle zelf een stuk van zijn land gedeeltelijk onder water zetten. Dat is gunstig voor de weidevogels. Er zitten grutto’s, tureluurs, kieviten en scholeksters. Maar ook katten, vossen, ooievaars en buizerds. Stuk voor stuk fan van de pulletjes (de kuikens van de weidevogels).
“Wat willen we nou bewerkstelligen met ons natuurbeheer?”
Jelle: “We zullen moeten kiezen wat we willen. Ook als het gaat over ons landschap. Hieromheen zit best veel bos. Prachtig natuurlijk, maar ook een prima schuilplaats voor bijvoorbeeld de vos. Die verschuilt zich daar overdag in zijn hol onder de grond en komt ‘s nachts tevoorschijn om te gaan jagen. Datzelfde geldt voor de buizerd die zich juist graag hoog in de bomen nestelt. Goed voor hen, maar pech voor de (beschermde) pullen. Dus wat willen we nou bewerkstelligen met ons beheer? ”
Natuurvriendelijke oever
We belanden aan bij een ander project; een natuurlijkvriendelijke oever langs één van de weides. Dit project is van de Vrije Universiteit. Het houdt vooral in dat Jelle de oever zo veel mogelijk met rust laat en bijvoorbeeld het riet een stuk zijn grasland in laat groeien. Voor de boerderij van Jelle is zo’n natuurlijke oever een uitkomst. Zo’n oever is voor hen namelijk veel makkelijker te realiseren dan de biodiversiteit verbeteren door het inzaaien van hun grasland met een kruidenrijk bloemenmengsel.

Het riet groeit vanaf de sloot het grasland in.
Binnenkort komen de onderzoekers van de Vrije Universiteit weer meten. Bij eerdere metingen bleek dat het goed ging met de kevers en insecten tussen het riet en dat vooral de kevers baat hebben bij het langer laten van dat riet. Daarom laat Jelle het meer met rust en maait hij nog maar één keer per 2 jaar, terwijl zijn buurman (die ook met de proef meedoet) wel vaker maait. Zodoende kunnen ze goed monitoren of het laten staan van het riet inderdaad gunstig(er) is voor de kevers.
Samen kun je meer
Dit is niet het enige dat Jelle samen met zijn buren doet of oppakt. Zo gaat het riet van de oever, eenmaal gemaaid, weer naar de buurman; Boerderij Koningshoeve. Na het drogen worden er balen van gemaakt die als strooisel in hun potstal terecht komen. Hun vleeskoeien kunnen daar heerlijk op vertoeven. En als het riet niet meer voldoet en lang genoeg is ‘opgepot’, dan wordt er compost van gemaakt dat elders in de polder weer een bestemming krijgt.
Overigens zal een deel van het riet op natuurlijke wijze gemaaid worden door een nieuwe groep pasgeboren kalfjes. Zij mogen zometeen naar buiten en eten dan graag van de randen van het riet. Lekker knapperig vinden ze dat. En lekker zoet. Beter dan het slappe najaarsgras.
Variatie is overal belangrijk
Om variatie in planten en insecten voor elkaar te krijgen, is ook variatie in koeien belangrijk. Zo hebben ze op de Koningshoeve prachtige vleeskoeien die mooi aanvullend werken op de melkkoeien van Boerderij Blauhek. De melkkoeien moeten namelijk in april al naar buiten, waardoor je het gras ook eerder moet maaien. Vleeskoeien blijven langer op stal en hun weiland kan daardoor ook langer ongemoeid en ongemaaid blijven. Wat gunstig is voor de biodiversiteit.
Zorg voor het water
Achter de grote stal waarin de melkkoeien staan, kijken we uit op een heel ander stuk grasland. Hier vertelt Jelle hoe blij hij is met het landbouwportaal van Rijnland. “Ze werken met onafhankelijke coaches die op je bedrijf komen meekijken en denken met je mee over wat je kunt doen om de waterkwaliteit te verbeteren.” Via hen heeft Jelle twee mooie verbeteringen kunnen aanbrengen. Vijf jaar geleden hebben ze de voedselkuilen aangepast. Het bleek dat er door de schuine afloop van de kuilen water in bleef staan. In combinatie met het gras dat erin opgeslagen werd, zorgde dat onder in de kuilen voor verzuring dat via de grond het water inliep. Op aanraden van Rijnland is al het beton uit de kuilen vervangen en wordt het verzuurde water nu via roosters en leidingen naar de mestkelder geleid.
Begin dit jaar is gekeken naar de looppaden van de koeien. Deze waren behoorlijk blubberig. Niet fijn voor de voeten van de dames. De koeien liepen soms wel tot aan hun enkels in de modder. Het was ook niet fijn door de uitspoeling van allerlei meststoffen naar het water. Nu ligt er een verhard pad, is de uitspoeling veel minder en lopen de koeien weer met droge voeten verder het land in. Hierdoor wordt gelukkig weer een groter oppervlak van de wei benut. Daarnaast is dit pad ook gunstig voor de machines. Die blijven zo veel schoner en dat scheelt weer in onderhoud.

Het verharde pad heeft allerlei voordelen.
Duurzamer omgaan met energie
Onderweg naar de kalverschuur vertelt Jelle over hun energieplannen. Samen met een energiecoach denkt hij na over wat ze nog kunnen doen om zuiniger met energie om te springen. Bijvoorbeeld door zonnecollectoren aan te schaffen. Dat is gunstig voor zowel de camping als de boerderij. Op de camping gebruiken ze veel warm water voor de douches en het warme water dat nodig is voor de melkinstallatie op de boerderij is ook nogal energie-intensief.
Daarnaast staat verlichting als een van de volgende mogelijkheden op het lijstje. “Als we het dak laten isoleren zodat we de warmte buiten kunnen houden, dan is het logisch om ook gelijk naar de verlichting te kijken. Dat werkt nu nog via gaslampen en TL balken. We zouden dan over kunnen gaan op LED verlichting.”
Het melkveebedrijf
Bij de kalverschuur aangekomen, laat de jongste telg van zich horen. Zij moet nog even wennen aan haar nieuwe situatie; alleen in de kalverbox. Na de geboorte wordt een kalfje namelijk gelijk gescheiden van de moeder. Dat is beter voor de hygiëne en je kunt zo de omgeving en omstandigheden van een kalfje beter controleren. Bijvoorbeeld hoeveel een kalfje drinkt. Hoe goed dit werkt staaft Jelle aan zijn ‘uitval’ cijfers; van de 150 geboren kalfjes is er dit jaar geen één kalfje doodgegaan. ”Als je ze bij de moeder laat dan blijkt dat de uitval toch groter is en worden de kalfjes wilder in hun gedrag en dan kun je ze veel minder makkelijk benaderen.”
Na twee weken mogen de kalfjes de box uit en mogen ze weer bij elkaar. Ze kunnen drinken wanneer ze zin hebben via een automaat die verbinding maakt met een badge aan hun halsband. Zodoende kan Jelle alles bijhouden; wat en hoe vaak er door wie gedronken wordt. Na een paar weken wordt de melk afgebouwd en krijgen de kalveren geleidelijk meer vast voedsel. Ook mogen ze dan voor het eerst de wei in (om bijvoorbeeld van dat knapperige riet te smullen). Het duurt twee jaar voordat een vrouwelijk kalf klaar is om haar taak als melkkoe te vervullen.

De ‘dames’ in de stal.
Overal kringlopen
De boerderij heeft een ‘gesloten’ bedrijfsvoering. Dat betekent dat de kalfjes gebaard worden door de eigen koeien en dat de vrouwelijke kalfjes op de boerderij blijven tot ze zelf als melkkoe kunnen worden ingezet. Het is niet helemaal gesloten omdat de stiertjes niet op de boerderij blijven. Zij gaan na twee weken als vleeskalf naar een vleesboerderij.
De 130 melkkoeien eten samen zo’n 6000 kilo voer per dag. Ze worden gevoerd met gras van het eigen land. Dat wordt aangevuld met mais, bierborstel en aardappelpersvezel. De mais telen ze niet zelf maar wordt gekocht bij een akkerbouwer uit Haarlemmermeer (of elders uit Nederland als het daar goedkoper is). De bierborstel is een restproduct van de Heineken Brouwerij en de aardappelpersvezel een restproduct van aardappelfabrikant Avico.

Het gras van eigen land, opgeslagen in balen, is voer voor de koeien.
De mest van de dames wordt opgeslagen in de mestkelder onder de roostervloer van de stal. Daar ligt het gedurende de winter. In de zomer wordt het uitgestrooid over het eigen grasland. Voor het land grenzend aan de stal wordt dat gedaan via slangen die gekoppeld worden aan de trekker. Dat heeft als voordeel dat ze niet met een zware mestkar het land op hoeven en ze dus veel minder van het land en de bodem beschadigen. Voor het land dat iets verder weg ligt, kan ook zo’n soort constructie gemaakt worden met behulp van tussenopslag in een container. De mest in de container wordt dan ook hier via slangen naar een trekker geleid. Maar dit organiseren is best kostbaar en is dus alleen interessant als dit samen met collega boeren in de buurt wordt opgepakt.
Over mest en derogatie
De ruwe mest uit de stal van Jelle wordt aangelengd met water. Dit zorgt ervoor dat het gras beter gaat groeien (het is makkelijker op te nemen) en dat de emissie van ammoniak wordt verminderd (er komt minder stikstof in de lucht terecht). Tot voor kort ging alle mest op eigen land. Dit kon ook omdat Nederland een uitzondering had voor het uitrijden van mest. Een boer met land dat voor minimaal 80% uit grasland bestond, mocht meer mest uitrijden dan de afgesproken norm in Europa. Maar deze uitzonderingsregel is ingetrokken. Dat betekent voor het bedrijf van Jelle dat hij dit jaar 1/3 minder mest mag uitrijden op zijn eigen land. Dus moest hij op zoek naar andere plekken waar hij die mest wel kwijt kon. Dat was nieuw en een hele toer, maar gelukkig is het ook hier gelukt om die mest zo dichtbij mogelijk af te zetten, namelijk in de eigen Spaarndammer polder en bij akkerbouwers elders in Haarlemmermeer. Alles binnen een straal van 10 kilometer!
Maar goed, er ging dus 1/3 minder mest op zijn eigen land. Jelle merkt nu al dat de productie van zijn gras daardoor lager is en dat hij dus meer mais moet inkopen om zijn koeien te voeren.
De toekomst
We belanden weer aan het begin van onze ronde en raken aan de praat over de toekomst. Jelle zit met zijn boerderij midden in een NNN (Natuurnetwerk Nederland) gebied. Hij doet daarom ook zoveel aan natuurbeheer. Op dit moment vallen zijn beheertaken onder het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb). Daarvoor wordt hij ook vergoed. Nu wil de provincie Noord-Holland hier in 2028 mee stoppen. Dan wil de provincie dat het beheer in een NNN gebied niet meer via het ANLb wordt betaald maar dat het uit een ander potje komt; het Subsidiestelsel Natuur- en Landschapbeheer (SNLb). Dat klinkt als hetzelfde maar dat is in de praktijk anders en best zuur, want de bedragen die aan dat subsidiestelsel gekoppeld zijn, zijn in onze situatie lager.
Dat betekent dus in de praktijk dat Jelle zo meteen voor dezelfde werkzaamheden, een stuk minder inkomsten gaat ontvangen. Jelle is hier natuurlijk geen voorstander van en vind het ook niet zo handig van de provincie Noord-Holland. “Als je je bedenkt dat er juist nu 500 miljoen extra voor agrarisch natuurbeheer wordt uitgetrokken door het kabinet, is dit best raar.”
“Een boer zou beter beloond moeten worden voor de ecosysteemdiensten.”
Als er voldoende geld zou zijn voor verduurzaming in de gehele landbouw, dan zou Jelle de ecosysteemdiensten die een boer kan ondersteunen verder uitbreiden en beter belonen. Dit zijn diensten die een ecosysteem aan de samenleving levert zoals schonere lucht, betere waterkwaliteit, gezonde bodem en meer biodiversiteit. Ook zou hij alle ‘opgaven’ in de landbouw met loketdiensten á la het landbouwportaal van Rijnland ondersteunen. Waarbij zo’n loket de boer faciliteert door mee te denken in zijn of haar situatie en het geven van onafhankelijk advies. Als laatste zou hij de regelgeving op gebied van mest aanpassen. Jelle ziet dat deze regelgeving nu zijn doel voorbijschiet. Bijvoorbeeld met het wegvallen van de derogatie, waardoor er minder natuurlijke mest mag worden uitgereden op het land, maar de boer dit weer wel mag aanvullen met kunstmest.
Maar voor de gemeente Haarlemmermeer liggen de zorgen op een ander terrein, namelijk dat we moeten oppassen voor het verdwijnen van de groene ruimte. Dat onze gemeente een aaneenschakeling van dorpen en steden wordt waar weinig plek over is voor landbouw en onze agrariërs. Een belangrijke taak om als LTO voorzitter Haarlemmermeer goed in de gaten te houden.

Boerderij Blauhek stamt uit circa 1750. In 2022 werd het uitgeroepen tot monument van het jaar. De familie Vink is hier terecht gekomen in 2008. Naast het melkveebedrijf bestieren ze ook een Boerderijcamping.
