“Wat nou, als het allemaal om biologie gaat?”

Een gesprek met akkerbouwer Wilbert Nieuwenhuis voelt als een fascinerend reisverslag. Over een boerderij die meermaals door de Haarlemmermeer is verhuisd. En een boer, opgeleid als theoloog en werktuigbouwkundige, die op zoek is naar regeneratieve landbouw. Waar kom je dan uit?
Schipholboeren
Oorspronkelijk heeft overgrootvader Nieuwenhuis een boerderij aan de Sloterweg, maar daar moet hij weg voor de uitbreiding van Schiphol. Na zijn vroege overlijden wordt er in 1968 verhuisd naar de Vijfhuizerweg, ten oosten van de Hoofdvaart. Drie broers Nieuwenhuis, waaronder de opa van Wilbert, worden daar zogeheten ‘Schipholboeren’. Ze telen gewassen direct naast of zelfs tussen de start- en landingsbanen en werken zo mee aan het beheer van de gronden van de luchthaven.
Jaren later, door de plannen met de A5 en Polderbaan, moet er opnieuw verhuisd worden. In 1999 wordt een plek gevonden aan de IJweg in Boesingheliede (toen nog Vijfhuizen) waar op dat moment die Polderbaan al wordt aangelegd. Vader Gijs zet het bedrijf dan alleen voort. Zoon Wilbert zit in die tijd nog op school en het is niet vanzelfsprekend dat hij boer gaat worden.
Ui-teraard
Op de plek waar vroeger de Margarethahoeve stond, wordt kort na de verhuizing een nieuw huis en later ook schuren gebouwd. Wilbert’s vader bedenkt de huidige naam van het bedrijf: Ui-teraard. Dat komt van de Uien en Aardappelen die toen werden geteeld. En van de aarde, waar de vrucht in groeit.

De schuren van de boerderij. Links houdt de weg op en ligt de Polderbaan.
De boerderij is zo’n 120 hectare groot en ontstaan door het samenvoegen van drie voormalige boerderijen. “Toen we hier aankwamen was het een beetje een chaos. De infrastructuur was niet goed, de structuur van de bodem nog slechter door loonwerkers die het maar tijdelijk beheerden en de vele rooivruchten teelt. De suikerbietenteelt was haast onmogelijk door de vele ‘schieters’: in het zaad geschoten bieten die nooit waren verwijderd. Er waren ‘zware hoeken’ kleigrond waar de machines niet goed door kwamen en het niet lukte om de aardappels te rooien” zo vertelt Wilbert nu.
“Er moest zoveel werk worden verzet dat je nooit in het ritme kwam. Je bent dan eigenlijk achteruit aan het boeren.”
In het zoeken naar een structurele oplossing om het land beter te krijgen, wordt door vader Gijs de stap gezet naar Niet Kerende Grondbewerking. Oftewel, niet meer ploegen. Het is onderdeel van het wereldwijd steeds meer toegepaste ‘Conservation Agriculture’. Dat kent drie pijlers: geen tot weinig intensieve grondbewerking, het zo veel mogelijk bedekt houden van de bodem en een ruime vruchtwisseling of rotatie met rustgewassen.
Hierdoor verbetert het bodemleven, maar je moet wel goed nadenken over de planning en volgorde van je gewassen zodat je in een nieuwe seizoen begint met een goede, schone en ingezaaide akker.
Zeker in die tijd is deze manier van werken zeer ongewoon. Het begint daarom met één perceel. Maar als blijkt dat dit goed werkt, wordt het ook op andere percelen toegepast. In 2012 wordt er voor het laatst geploegd op de boerderij.
Alles wordt anders
Wilbert wordt in 2015 onderdeel van de maatschap, maar werkt dan ook nog als trapliftmonteur en studeert nog theologie. In 2019 gaat hij fulltime op de boerderij aan de slag. De zoektocht naar het voortdurend verbeteren van de bodem is dan al jaren gaande. Dat is overigens niet alleen ingegeven door de situatie bij de start op deze locatie maar zeker ook door hun geloofsovertuiging. Ze voelen de plicht om als rentmeester goed om te gaan met het stuk land dat ze mogen beheren.
Zeer plotseling, na kort intensief ziek zijn, overlijdt in 2022 vader Gijs. Wilbert en zijn moeder Marike staan er opeens alleen voor. Het leidt tot een periode van rouw en later ook reflectie. Hoe gaat het verder met de boerderij? “Je gaat in eerste instantie zo veel mogelijk op weg zoals we het deden.”
Een van de dingen die Wilbert wat later doet, is het opruimen van de schuur. Net als op veel andere boerderijen ligt die vol met allerlei reserve onderdelen voor de machines. Maar dat is in onze 24/7 samenleving niet meer nodig. Het opruimen leidt niet alleen tot ruimte in de schuur maar ook tot ruimte in Wilbert’s hoofd. Hij besluit zich te verdiepen in de grondmonsters die in de loop der jaren zijn genomen.
Eigenlijk vallen de resultaten best tegen. Er is wel enige verbetering van de bodem te zien, maar niet in de mate die was verwacht. “De organische stof steeg nauwelijks en de structuur was ook geen wauw! De vraag kwam boven ‘wat nou, als het allemaal om biologie gaat?’ Het bracht me op het spoor van regeneratieve landbouw.”

Er zit nu meer leven in de bodem.
Op weg naar regeneratieve landbouw
Bij regeneratieve landbouw wordt uitgegaan van de samenhang en samenwerking in het totale ecosysteem. “Het gaat er om met de natuur mee te boeren”. Met minimale verstoring van de bodem, het vergroten van de biodiversiteit en de opslag van CO₂ in de bodem als belangrijke aandachtspunten. “Er is nog zoveel meer bodemleven. We denken vaak aan de worm, maar er is zoveel meer.”
“Met de natuur meeboeren.”
De basis voor dit alles is op de boerderij aanwezig, maar Wilbert wil er nog meer stappen in zetten. Hij verdiept zich in het onderwerp middels studiegroepen, cursussen en gesprekken met collega’s. In eerste instantie besluit hij minder kunstmest te gaan gebruiken en goed te kijken wat er dan gebeurt door analyses te maken van de plantsappen. De opbrengsten op het land gaan aanvankelijk omlaag maar er ontstaat tegelijkertijd wel meer leven in de bodem. Dat leidt weer de vraag hoe hij de bodem op meer natuurlijke wijze alsnog kan voeden. “Waar komt mijn mest eigenlijk vandaan?” bedenkt Wilbert.
Het hele proces vertaalt zich uiteindelijk naar een teeltplan waarin het draait om zo hoogwaardig mogelijk te telen. Er is veel ruimte (minimaal 50%) voor rustgewassen als tarwe die de grond minder uitputten. Er groeien mengsels van veel soorten groenbemesters en geen enkelvoudige meer zoals alleen bladrammenas of alleen gele mosterd. Die groenbemestermengsels voegen veel voedingsstoffen aan de bodem toe, zoals suikers voor het bodemleven. Deels worden die voedingsstoffen – vooral stikstof – vastgelegd in de grond. Daar profiteert het volgende gewas weer van.
Ook is de mest ondertussen organisch en komt die niet langer van de groothandel maar van twee rundveebedrijven waarmee wordt samengewerkt. “Mijn vader maakte zelf compost vanuit gras, maar daar kom ik op dit moment gewoonweg niet aan toe. Hopelijk later weer.”
Rondom de akkers staan stroken met bloemen en kruiden die veel natuurlijke plaagbestrijders aantrekken. Insecticiden worden al jaren niet meer gebruikt, er is ook weinig reden toe, behalve eventueel voor de Coloradokever, een exoot die hier geen natuurlijke vijanden heeft.
En als er gespoten moet worden, bijvoorbeeld met nutriënten of biostimulanten die de weerstand van planten vergroten, gebruikt hij hiervoor het regenwater dat wordt opgevangen in grote tanks naast de schuur.

Drie grote tanks vangen het regenwater op. Dit wordt gebruikt om te spuiten.
Het is in de formele zin geen biologische boerderij, maar zoals Wilbert zegt “biologische boeren hebben niet het patent op biologische processen.”
Telen voor de wereld om je heen
De vader van Wilbert vond het vroeger altijd al belangrijk om zijn klanten dicht in de buurt te hebben en te telen voor de omgeving. Zo leverde hij bijvoorbeeld direct aan het Anton Pieckhofje, een woon- en zorgvoorziening in Haarlem, en aan verzorgingshuis Horizon en supermarkt Moby Dick in Hoofddorp. Ook konden inwoners op de boerderij terecht om aardappels te kopen.
De letterlijke directe verkoop is er op dit moment niet meer omdat het erg veel extra werk vraagt. Maar de gedachte erachter is nog volop in leven en wordt op een andere manier ingevuld. Basis is het streven naar een duurzame, korte en transparante keten en alleen producten voor menselijke consumptie te telen en die zoveel mogelijk te leveren aan de Nederlandse consument.
Voor het graan wordt hiervoor samengewerkt binnen het concept Nedertarwe dat duurzaam geteeld graan levert aan molenaars en bakkers. Een soortgelijke samenwerking is er ook in een nieuwe coöperatie voor de tafelaardappelen. “Zo telen we dus niet voor de onbekende bulk, maar ook niet super lokaal en kleinschalig. Toch lijkt het daar op deze manier meer op. Ik moet als boer teler blijven en de marketing, transport, collecteur, maalderij en bakker hebben allemaal hun plek in de keten.”
Het lukt nog niet om alleen voor menselijke consumptie te telen. De uien zijn door tijdgebrek tijdelijk vervangen door het plantje Luzerne. Dat is een goed vlinderbloemig eiwitgewas dat de grond verrijkt met stikstof en kan worden gemaaid. Die oogst wordt verkocht als veevoer. Maar het gewas is nodig in de weg naar minder kunstmest en minder bestrijdingsmiddel.
Daarnaast denkt hij na over het verbouwen van (veld)bonen om tegemoet te komen aan de vraag naar meer plantaardige eiwitten in ons dieet. Die vraag is echter nog niet zo groot en het betekent waarschijnlijk dat hij dan meer gewasbescherming moet gaan gebruiken en dat doet hij liever niet. Ook dat is een reden om nu voor de Luzerne te kiezen.
Het zijn de dilemma’s en keuzes die je tegenkomt op weg naar een meer natuurlijke manier van landbouw. De weg ernaartoe kan hobbelig zijn. De richting is voor Wilbert echter overduidelijk.
