Geen doorsnee boeren
Maurice Houdijk
“Wij zijn geen doorsnee Haarlemmermeerse boeren”

Koffiepauze tijdens het aardappels rooien. Vlnr Maurice, Gertine, Joost, Piet (de vader van Gertine) en Niels.
Op Hoeve Vredeburg boert de familie Houdijk graag op hun eigen wijze. “Wij doen dit als gezin” zegt moeder Gertine en dat is in allerlei beslissingen terug te vinden, ook in hun bijdrage aan natuur- en landschapsbeheer.
Het gesprek aan de keukentafel wordt op hun verzoek gevoerd met zowel Gertine en Maurice Houdijk als zoons Joost en Niels. Die volgen hun (agrarische) opleiding in Dronten en zijn daar doordeweeks, dus het vraagt even wat planning om iedereen aan tafel te krijgen. De derde zoon Tim zit dan wel op de hotelschool en woont in Den Haag, maar ook hij werkt regelmatig mee op het land of in de winkel. En de vader van Gertine is nog vaak op de boerderij te vinden. Het is duidelijk dat deze boerderij een gezinsonderneming is.
In een uithoek
Om bij die boerderij te komen moet je een klein stukje omlaag van de Huigsloterdijk af over een weggetje met grote lindebomen erlangs. Formeel is het hier nog Abbenes, maar als je op de dijk de brug over gaat zit je direct in Nieuwe Wetering en Roelofarendsveen.
“Wij zijn geen doorsnee Haarlemmermeerse boeren” zeggen ze er zelf over. Deels gaat die uitspraak erover dat ze hier in een ‘uithoek’ van de polder zitten. En dat er een vanzelfsprekende grotere oriëntatie op de buurgemeente is omdat daar winkels zijn en scholen voor de kinderen. Maar ook gaat het erover dat hun manier van doen anders is dan andere, vaak grotere, boerderijen in de omgeving.
Met 45 hectare is de boerderij relatief bescheiden van omvang. Het bouwplan bestaat uit tarwe, suikerbieten en acht (!) verschillende soorten aardappels. Die aardappels worden voor een belangrijk deel verkocht aan (streek)winkels, lokale horeca en in de eigen boerderijwinkel. “Van de week hebben we nog op ons knieën aardappels gerooid, om te zorgen dat we ze er mooi uitkregen” zegt Maurice om aan te geven hoe betrokken ze bij hun product zijn.

De kluiten worden tussen de oogst uitgehaald. In de schuur zorgt opa Piet dat de lopende band naar de juiste plek gericht staat.
Gangbaar uit overtuiging en praktijk
Sinds de Corona periode weten meer mensen het weggetje naar de boerderij te vinden en is er meer aanloop in winkel. Met ook mondigere klanten. “Zijn dat biologische aardappelen?” is een vaker gestelde vraag. Het korte antwoord is dan ‘nee’.
Het langere verhaal dat de klant meekrijgt – naast de aardappelen zelf – is dat er op dit gangbare bedrijf wordt gewerkt met organische mest van boeren uit de buurt, een beetje kunstmest voor een sterkere groei en een beetje gewasbescherming voor een gezonde plant. Op die manier kunnen ze een product leveren waar ze zelf achter staan, trots op zijn én wat aan kunnen verdienen.
Het is een keuze uit overtuiging en praktische overwegingen. Een omschakeling van gangbaar naar biologisch zien ze (voorlopig) niet gebeuren. De kleinere oogst, een hogere kans op ziektes, de magere prijs en de hoeveelheid arbeid die het vraagt maken het nu niet aantrekkelijk genoeg.
Als context: naast de boerderij is Maurice vier dagen in de week vertegenwoordiger bij een veevoederbedrijf. Joost en Niels gaan er vanzelfsprekend vanuit dat zij later ook een baan erbij zullen moeten zoeken, zeker als ze samen de boerderij gaan runnen en twee inkomens nodig hebben. En als bijverdienste is de winkel ook verkooppunt voor agrarisch speelgoed. Je ziet het bij veel boeren, het is ook ‘gangbaar’ dat er naast het boerenbedrijf andere inkomstenbronnen zijn.
20 jaar verder?
Joost en Niels zullen na hun opleiding eerst ergens anders aan de slag gaan. Daarna is het de bedoeling dat ze in de maatschap komen en de boerderij van hun ouders overnemen. In hoeverre ziet die er anders uit over, pakweg, 20 jaar? Wat is er dan veranderd? “We zullen wat andere teelten hebben en veel meer rustgewassen” vermoedt Niels, “En we willen een uitgebreider aanbod in de winkel” denkt Joost. Ook er zal veel minder gewasbescherming worden gebruikt, “10 procent van wat we nu gebruiken”.

Niels en Joost tijdens het aardappels rooien.
Op de Hogeschool in Dronten worden ontwikkelingen als biologische en regeneratieve landbouw besproken en zien ze studenten die van bedrijven komen die daar actief in zijn. Dat levert de nodige interessante gesprekken op, al is de lesstof vooral nog gebaseerd op gangbare landbouw.
Een andere ontwikkeling ligt bij de verpachter. Ze pachten een groot deel van hun grond van verzekeraar a.s.r. Die stelt steeds meer eisen aan een duurzamere werkwijze van de pachters en beloont dat met een lagere pachtprijs. En dan hebben we het nog niet gehad over de regelgeving vanuit overheden die verandert.
“Wat me tegenhoudt, is dat de overheid zich met je gaat bemoeien”
Er is wel wat weerstand voelbaar aan de keukentafel rondom al die ontwikkelingen. Je hebt die praktische en financiële kant die maakt dat ze het bedrijf nu doen zoals ze het doen. Maar er is ook die persoonlijke kant die zegt dat ze als gezin, op eigen erf graag zélf bepalen hoe ze hun bedrijf runnen. En geef ze ’s ongelijk. Het wringt zo af en toe, maar het beweegt ondertussen wel.
Vrolijk gras
Sinds een aantal jaar zijn ze actief in Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb). Dat begon met het aanleggen van ‘bufferstroken’. Dat zijn stroken rondom de akkers waar niet geteeld wordt en dus ook geen gewasbescherming en kunstmest terecht komt. Die middelen kunnen daardoor ook niet in de omliggende sloten terecht komen. De stroken kunnen wel ingezaaid worden met gras, kruiden en klavers. Vrolijk gras dus.
Het heeft bovendien ook wat praktische voordelen: je rijdt makkelijker om het land heen en de vergoeding vanuit het ANLb maakt dat het land dat je uit productie neemt toch voldoende oplevert.
Bloemenblok
Sinds 2025 is er ook een bloemenblok aangelegd. Het is een stuk land waarop de komende jaren allerlei soort bloemen, granen en inheemse kruiden staan waar vooral vogels van profiteren. Die vinden er voedsel voor hun kuikens en bescherming tegen roofvogels. Maar ook insecten vinden er hun plek (en vormen zo weer voedsel voor de vogels). Hoewel het er pas kort staat, is het een gezoem van jewelste van alle insecten en vlinders. Daarnaast hebben ze al de nodige andere beesten gezien: patrijzen, fazanten en hazen.

Het Bloemenblok trekt een hoop leven aan.
Het valt ook klanten van de winkel en voorbijgangers op. “Ze vragen wat we hier aan het doen zijn, dus we hebben een mooi verhaal bij het mooie plaatje.” Sinds kort vertellen Joost en Niels er ook over in vlogs en op social media.
‘Braken voor goud’
Weer een stukje verderop ligt een uit productie genomen stuk grond. Door allerlei infrastructurele werkzaamheden is die grond lange tijd ‘overhoop gehaald’ en was het niet direct geschikt voor akkerbouw. Om het weer in orde te krijgen, is onder andere besloten het voorlopig uit de roulatie te nemen en er geen gewassen te telen. Het is wel ingezaaid met een speciaal biodivers zaadmengsel. Dat geeft de bodem de kans zich te herstellen, vergroot biodiversiteit en insecten en vogels kunnen zich voeden aan wat er opkomt.
Ook deze keuze heeft een praktische kant: dit soort stukken land die uit productie zijn genomen, passen in het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (GLB) waaraan boeren mee kunnen doen en premies kunnen verdienen. Door dit stuk grond in de zogenaamde ‘groene braak’ te nemen, maken ze het stapje richting ‘goud’ wat meer premie oplevert.
Het is bijna een vaste tak van sport binnen het boerenbedrijf: het leggen van de puzzel tussen alle beschikbare regelingen, subsidies en premies die bijdragen aan een gezond bedrijf én een gezonde natuur. De familie Houdijk krijgt daarbij hulp van een adviesbureau.
“Het wortelen werkt”
Een veranderend uitzicht
Stap voor stap verandert letterlijk en figuurlijk het uitzicht van de boerderij. Waar het allemaal toe leidt is nog niet helemaal duidelijk. Boven de grond zien ze al veel verandering, maar om ook onder de grond voldoende resultaat te kunnen zien, is meer tijd nodig. Daar blijven ze dan ook scherp op.
“Denk eraan dat we ook onkruid aan het creëren zijn” zegt Maurice, wat ook wel ‘vuil’ wordt genoemd. Hij bedoelt dat op de bufferstroken, het bloemenblok en het stuk groene braak planten en bloemen groeien die uitzaaien naar de akkers waar gewassen worden geteeld. En voor die teelt is zo’n andere soort al snel ‘onkruid’ wat je niet tussen je oogst wilt hebben. In hoeverre moet je dat dan stimuleren?
Aan de andere kant ziet Joost dat “het wortelen werkt”. Op het stuk groene braak lijkt nu minder water te blijven staan dan vroeger het geval was. Dat komt doordat de planten die er wel groeien de bodem met hun wortels de bodem losser hebben gemaakt waardoor het regenwater er beter doorheen zakt. Als het groen braken goed blijkt te werken, kunnen ze er voor kiezen om nog meer percelen op die manier in te zetten. Maar Joost is ook nieuwsgierig of ze er straks dan toch weer aardappelen kunnen gaan zetten.
Hoeve Vredeburg is gebouwd in 1913. Er is 45 hectare land in het meest zuidelijke puntje van Haarlemmermeer, in een driehoek tussen de Huigsloterdijk, de Kaagweg en de rijksweg A4. Vier generaties Roos hebben hier geboerd waarvan Gertine Roos trouwde met Maurice Houdijk, van oorsprong een ‘koeboer’ uit ter Aar. Zoons Joost en Niels zijn hun beoogde opvolgers en zullen daarmee dan de vijfde generatie zijn die de boerderij in de familie houdt.
